Welkom bij Marianne Thyssen
  • Welkom
  • Nieuws
  • Europees Parlement
  • over Marianne
  • Media
  • Europa en dan?
  • Bezoek ons
  • Contact & reageer

"Die kanker blijft vastzitten in mijn hoofd."

Picture
 Nadat Marianne Thyssen (54) vorig jaar in juni ontslag nam als partijvoorzitter, werd in november borstkanker vastgesteld. Een operatie en 33 bestralingen later is ze weer volop bezig, als Europarlementslid. ‘Buiten de eerste vijf minuten heb ik nooit gedacht dat het slecht met mij zou aflopen’, zegt Marianne nu.

Bij de verkiezingen leidde CD&V- voorzitter Marianne Thyssen haar partij naar een historisch dieptepunt. Al was de nederlaag die de christendemocraten moesten verwerken zeker niet alleen aan haar te wijten. De sprint die NV-A nam, het gerommel in eigen rangen, het had het haar verre van gemakkelijk gemaakt. Toch nam Marianne, kind van een bakkersfamilie, haar verantwoordelijkheid: ze stapte op als voorzitter - echter niet zonder de kandidatuur van haar opvolger Wouter Beke te steunen - om zich terug te plooien op Europa.

‘Evengoed een harde job, maar het werkritme ligt er anders’, zegt ze. ‘Alles is veel strakker georganiseerd. Als Europarlementslid werk ik bijvoorbeeld zelden na  middernacht. Terwijl het als partijvoorzitter in al die crisissen soms wel eens drie of vier uur ’s ochtends werd.’ Tot borstkanker bij Marianne werd vastgesteld.

‘Nooit heb ik me afgevraagd ‘Waarom ik?’’ vertelt ze. ‘Het was eerder: ‘Waarom ik níet?’ Eén op de acht vrouwen wordt er vroeg of laat mee geconfronteerd. Ik heb al enkele vrienden die aan kanker zijn gestorven en ken zeer veel vrouwen die ook borstkanker hebben gekregen. Dus erg verbaasd was ik niet toen het ook mij  verkwam.’

Ooit gedacht: ‘Ik ga dood’?
Ja, onmiddellijk nadat ik de diagnose kreeg. Plots speelde de film van mijn leven zich af voor mijn ogen. Ineens besefte ik dat het wel eens rapper gedaan zou kunnen zijn dan voorzien. Maar die gedachte duurde maar eventjes. Ik bedoel: er zijn zoveel vrouwen die de ziekte overwinnen.

Je bent niet bij de pakken blijven zitten.
Vreemd misschien, maar ik ben van de dokter thuisgekomen, heb het glas en oud papier in de auto geladen, en ik ben naar het containerpark gereden. Denkend: ‘Als ze me straks opereren, kan ik wellicht niet meer zo goed heffen.’ Daarna is alles snel gegaan. Een paar dagen later werd ik opgenomen in het ziekenhuis, en begin december ben ik geopereerd.

Een borstsparende operatie, ondanks alles een meevaller?
Absoluut, al was dat op dat moment niet het allerbelangrijkste. Overleven, daar ging het om. Chemo was niet nodig, maar ik moest wel bestraald worden. En ik moet nog een aantal jaren medicatie nemen.

Wat was het moeilijkste in die periode?
(denkt na) Buiten die eerste vijf minuten heb ik nooit gedacht dat het slecht met mij ging aflopen. En als het mij dan toch eens te veel werd, was er nog altijd mijn  echtgenoot. Die zei: ‘Allez Marianne, ge moet toch niet meteen het ergste denken!’

 Kijk jij nu anders tegen het leven aan?
Nee.

Echt niet?
Natuurlijk sta je stil bij een aantal dingen, maar uiteindelijk gaat het leven toch verder. En het is allemaal goed afgelopen. Het belangrijkste van de behandeling is achter
de rug, ik kan alleen maar hopen dat de kanker wegblijft.

Jouw ziekte heeft níks veranderd?
Nee. (denkt na) Of toch, één ding: ik doe nu wat men mij zegt dat ik móet doen. Toen ik mijn behandelende arts vroeg hoe ik mijn herstel kon bevorderen, en hoe ik kon
voorkomen dat ik herviel, antwoordde zij: ‘Bewegen!’ Dus ben nu volop aan het fietsen en ik loop ook weer.

Wat jouw carrière betreft: van partijvoorzitter werd je Europarlementariër. Voelt het als een stap terug?
Nee, echt niet. Ik heb het omgekeerde - van Europarlementslid naar het voorzitterschap - ook nooit als een stap vooruit gezien. De leiding van CD&V opnemen, het was een taak die íemand moest doen. Ze is op mijn schouders terechtgekomen, en ik heb ze aanvaard, in moeilijke omstandigheden.

Zou je het opnieuw doen, als je wist wat je nuweet?
(zelfzeker) Absoluut.

Je hebt niet het gevoel dat, na de verkiezingen, jou ten onrechte de zwartepiet werd toegeschoven?
Nee, want alles wat ik heb gedaan, was m’n eigen keuze. Ik wíst dat ik het niet gemakkelijk zou krijgen als voorzitter. CD&V stónd er nu eenmaal slecht voor, het zou  zeker geen pad zijn dat over rozen liep. Het enige wat ik kon doen - én hoopte - was de schade beperken. Niet voor mijn eigen carrière, wél voor de partij.

Hoe zwaar was het om ontslag te moeten nemen?
Voor alle duidelijkheid: niemand heeft me daartoe gedwongen, ik heb die beslissing zélf genomen. We hadden net de verkiezingen verloren, íemand moest toch een
 signaal geven?

Goed, maar waarom jij?
Zelf had ik het gevoel dat ik alles had gegeven, maar dat was duidelijk onvoldoende. Misschien was mijn boodschap niet sexy genoeg. Zwart-wit taal slaat tegenwoordig
beter aan, maar dat is niet mijn stijl. 

Of misschien had je wat vaker met een Latijnse spreuk moeten uitpakken.
(lacht) Let op, ik ben vroeger nog assistent Romeins recht geweest.

Ben jij iemand die de muizenissen van op het werk mee naar huis neemt?
In mijn hoofd ben ik altíjd bezig met m’n werk, zelfs wanneer ik slaap. Ik kan dat niet loslaten, omdat het vrijwel het enige is waar ik mee bezig ben. Ik ben heel erg betrokken bij wat ik doe. Maar ik denk niet dat ik ongenietbaar voor m’n huisgenoten word, wanneer het tegenzit. En mijn man leeft erg met mij mee. ’t Is dus niet dat ik bij het thuiskomen ineens de knop moet omdraaien.

Wat doe je als je je hoofd toch eens wil leegmaken?
Sporten: fietsen en lopen. Ik ben heel tevreden over mijn vorderingen. Ik ben begonnen met drie rondjes op de piste van het sportkot in Leuven, en nu kan ik al een uur ononderbroken doorrennen.

Straks loop je de 20 kilometer van Brussel nog mee.
(glimlacht) Nee, nee. Ik loop puur voor de ontspanning. En voor mijn gezondheid, natuurlijk.

Je bewees al dat je erg sportief bent, toen je met de fiets van Montpellier naar huis reed.
Ja, en binnenkort vertrekken m’n man en ik opnieuw naar het zuiden van Frankrijk. We gaan er onder meer twee cols beklimmen die de renners dit jaar in de Tour ook hebben gedaan. We zijn er een paar jaar geleden al eens geweest. Op tv herkende ik zelfs de plek waar we toen onze boterhammen hebben opgegeten!

Als Europees parlementslid kom je een stuk minder in beeld dan vroeger. Vind je het prettiger in de schaduw?
Het is alleszins makkelijker.Al heb ik soms het gevoel dat mensen nu denken dat ik níks meer doe, en dat wringt wel ’ns. Schijnbaar werk je pas hard als je veel in het nieuws komt.

Je zal het ook wel een pak rustiger hebben, niet?
Vergis je daar niet in, hoor. Doordat  ik een paar maanden uit roulatie ben geweest, is er veel werk blijven liggen. Maar goed, het lukt me inderdaad steeds vlotter om ook wat vrije tijd in te plannen. Al zou het best wel eens kunnen dat mijn echtgenoot denkt: ‘Dat kan nóg beter.’ (lacht)

Verdien je nu meer dan als CD&Vvoorzitter?
Nee. Europarlementsleden worden goed betaald, een goeie 7.000 euro bruto, maar voorzitters nog beter.

Vind je dat je nu een correct loon krijgt?
Zeker wel. Ik heb het onlangs nog eens uitgerekend: tot nu toe ben ik in al die jaren dat ik in Europa werk 225 keer voor een week naar Straatsburg gereisd. Ik heb er  nog minstens 70 andere reizen voor mijn werk opzitten. Mensen realiseren zich dat niet, maar da’s lang niet altijd eenvoudig.

Vanuit Europa kan je de Belgische politiek een beetje van op afstand bekijken. En?
Ik vind het verontrustend wat er nu gebeurt. Wij zijn altíjd een ingewikkeld land geweest, maar we verstonden ook de kunst om in moeilijke omstandigheden tóch
akkoorden te maken. Terwijl het in de huidige situatie lijkt alsof een compromis sluiten negatief is.

Wat vind jij van de aanpak van Bart De Wever?
 Als je alleen de baas wilt zijn, en het land wilt hervormen zoals alleen jij dat wilt, moet je in de Kamer 100 zetels hebben. En de NV-A heeft er bij mijn weten nog altijd maar 27. Wat ik te veel zie, zijn ego’s en emoties, zowel aan Vlaamse als Franstalige kant. Terwijl je op een gegeven moment mensen nodig hebt die hun persoonlijke
gevoelens aan de kant zetten en staatsmanschap vertonen.

Zoals Wouter Beke? Hem wordt verweten dat hij geen ruggengraat heeft en het schoothondje van de NV-A is.
(windt zich op) Dat is totaal ten onrechte.  Onze partij bepaalt haar eigen koers, en dat is de stevige, Vlaamse koers waar wij al jaren voor pleiten én veel voor op het spel hebben gezet. Hoe graag sommigen het ook zo voorstellen, wij hangen níet aan de kar van de NV-A.

Had jij het anders aangepakt?
Dat weet ik niet.

Misschien ‘op zijn vrouwtjes’?
(lacht) Die uitspraak heb ik gedaan in de aanloop naar de verkiezingen van 2010, en ze blijft mij achtervolgen. Veel vrouwen waren toen kwaad opmij, omdat ze het begrepen als dat vrouwen geen ambitie hebben. Maar dat bedoelde ik helemaal niet. Wij blazen gewoon niet zo hoog van de toren.

Voor wie is deze crisis eigenlijk het ergste?
Voor de mensen, natuurlijk. In een tijd van economische crisis is niks zo belangrijk als efficiënt bestuur.

Intussen sukkelt het vertrouwen in de politiek almaar achteruit.
Ik lees dat ook, ja. Maar mij heeft nog niemand dat persoonlijk gezegd. Als ik verkiezingscampagne voer, dán word ik weleens uitgescholden. Maar da’s dan door een
enkeling, en daar blijft het ook bij.

Heb je na je ontslag veel steun gekregen?
Enorm veel. Het internet heeft de drempel om naar politici te schrijven serieus verlaagd.

Beantwoord jij al die mails persoonlijk?
Ik probeer dat zoveel mogelijk.

Krijg je ook veel sms’jes?
Nee, want ik heb mijn nummer nooit publiek gemaakt.

Zoals Yves Leterme.
Dát soort sms’en heb ik al zeker nooit gekregen. (lacht) Soms vragen ze me wel eens: ‘Klopt het dat macht erotiseert?’ In alle eerlijkheid: ik heb dat nooit gemerkt.

 Heeft CD&V als gezinspartij geen flinke knauw gekregen, na Letermes sms-affaire?
Als het al waar is, hé. Maar het heeft ons zeker geen goed gedaan. Hoe dan ook vind ik dit in de eerste plaats erg voor Yves en zijn familie.

Volgens ex-senator en partijgenoot Pol Van Den Driessche is overspel geen uitzondering in de Wetstraat. Ben jij zelf al eens amoureus benaderd geweest?
Ach, ik ben daar niet mee bezig. Ik ben een gelukkig getrouwde vrouw, en dat straal ik ook uit, denk ik. Wat ik wel merk, is dat sommige mannelijke collega’s het met mij altijd over mijn kleren of ‘het uiterlijk’ hebben. Niet dat ik daar een probleem mee heb, maar bij sommigen komt er weinig anders uit. Wat mij het gevoel geeft dat ze me eerst als vrouw bekijken, en dan pas als collega.

De politiek blijft een mannenwereld.
Er lopen dan ook veel meer mannen rond dan vrouwen, hé. Waardoor je soms dat sfeertje krijgt van ‘jongens onder elkaar’. Ze gaan ook vaak samen naar het voetbal en de koers, trouwens.

Dringend tijd dus dat ook jij opkomt voor een voetbalploeg.
Oh, maar dat doe ik al, hoor. Ik heb al járen een abonnement op OHL (Oud-Heverlee, nvdr), en ik ben onlangs zelfs lid geworden van een supportersclub. We zijn dit jaar gepromoveerd naar eerste klasse, en binnenkort spelen we tegen Anderlecht. Jammer genoeg zonder mij omdat we dan nog op vakantie zijn. Maar onze vrienden zullen ons wel op de hoogte houden.

Na de verkiezingen vorig jaar was je uitgeput. Misschien meteen de stille oorzaak van de kanker.
Nee, mijn ziekte had een hormonale reden.

Merk je eigenlijk dat mensen zich anders gedragen als je ziek bent?
Er zijn er die iets willen vragen maar niet goed durven, en dan zeggen ze maar niks. Vooral mannen. Maar ik begrijp dat ook wel. Als een man prostaatkanker heeft, zijn
er ook vrouwen die niet goed weten wat te zeggen.

Heb je ook misplaatste opmerkingen gekregen?
Nee, alleen maar heel lieve reacties, over álle partijgrenzen heen. Op zulke momenten merk je dat de solidariteit in de Wetstraat echt wel heel groot is.

We horen weleens hoe een tegenslag of ziekte de liefdesband van een koppel kan versterken. Herken jij dat?
Wij zagen elkaar daarvoor al heel graag, hoor. (lacht) Mijnman en ik zijn nogal no-nonsens.

Jij bekijkt het allemaal nogal nuchter, hé.
Gek dat je dat zegt, want ik heb dat zelfs aan mijn dokter gevraagd: ‘Ga ik hier te licht mee om?’ Maar het tegendeel is waar. Ik denk íedere dag aan mijn ziekte. De  kanker blijft vastzitten in mijn hoofd, en gaat er niet uit. Ik probeer mijn ziekte op m’n eigen manier een plaats te geven.

Ben je bang om je kwetsbaar op te stellen, misschien?
Nee, dat is het niet. Wel tracht ik politiek en privé zoveel mogelijk gescheiden te houden. Ooit is mij bijvoorbeeld gevraagd waarom ik mijn man wilde verstoppen. Ik heb
toen geantwoord dat ik hem niet moest wegsteken, want dat ik hem een mooie man vond en de beste van de wereld. Wij zijn ook maar gewone mensen. Ik loop ’s  morgens ook zoals iedereen het hele huis door om de badkamer op te ruimen en de tafel af te vegen en als het kan nog even de was op te plooien. Maar wie heeft daar een boodschap aan?

Mensen spiegelen zich graag aan voorbeelden.
Ja, en daarom vertel ik openlijk over mijn borstkanker. Omdat ik weet dat ik mensen kan helpen. Want da’s uiteindelijk mijn job, hé: mensen helpen.

■ Uit: Dag Allemaal, 26 juli 2011. Interview: Wim Nijsten.



Web Analytics
Create a free website with Weebly