Marianne Thyssen, de ex-voorzitster van CD&V, zoekt het graag hogerop, we waren gewaarschuwd. Maar konden we verwachten dat ze geen Vlaamse koers wilde aanhouden? Geen onderhandelen aan, deze derde zomerzoektocht neemt u mee van de kabbelende Dijlevallei de golvende graanvelden van Waals-Brabant in.
Groener dan Oud-Heverlee krijg je je Vlaamse gemeente niet geserveerd. We spreken af met Marianne Thyssen bij het stationnetje van het dorp, op een boogscheut van haar woning. Oud-Heverlee vormt de groene long van Leuven en wijde omstreken. Meerdaalwoud en Heverleebos hebben samen bijna de helft zoveel bomen als het Zoniënwoud en ook de Dijlevallei is hier nog redelijk ongerept.
Marianne zwaait al meteen met een gedetailleerd roadbook dat ze de dag tevoren opstelde: drie A4'tjes vol richtingaanduidingen en bezienswaardigheden, hier en daar keurig ingekaderd met roze fluostift. 'Gisteren speciaal met de auto de route gaan verkennen!' Ze verontschuldigt zich dat ze het niet uitgetikt heeft - geen tijd - maar misschien willen we alvast alles even met haar overlopen? Ze duwt een beduimelde Michelinkaart 203 onder mijn neus. De toon is gezet, deze zomergast neemt haar opdracht serieus - op haar voorwaarden.
We fietsen gezwind het groene struweel in, dooraderd door de riviertjes de IJse en de Dijle, die hier nog hun natuurlijke bedding volgen. Dit gebied is het natuurreservaat De Doode Bemde, het grootste beschermde waterrijke gebied van Vlaams-Brabant. Prachtige bosjes, rietland, elzen en vochtige weiden met fluitenkruid, glanshaver en ratelaar wisselen elkaar af. Marianne wijst op de paddenbarrières: 'We maken hier echt werk van natuurbescherming.' Oud-Heverlee is nog steeds een beetje háár gemeente, ook al is ze hier geen eerste schepen meer. Al even groen en waterrijk is Het Zoet Water, een bekende pleisterplaats voor fietsers en wandelaars die hier na een tocht langs de koele vijvers een streekbiertje of pannenkoek komen nuttigen.
Smeisberg
Marianne Thyssen, nu Europarlementslid voor de EVP-fractie in het Europees Parlement, heeft een lastig jaar achter de rug. Eind juni 2010 nam ze na de verkiezingsnederlaag van CD&V afscheid als partijvoorzitter, in december meldde ze haar medewerkers dat borstkanker haar een tijd op non-actief zou stellen. Een operatie en een reeks bestralingsrondes later is ze genezen en sinds de lente neemt ze de draad van haar leven weer op. Thuis én in Straatsburg.
Opnieuw gaan fietsen hoort daar ook bij. Ze wijst op haar gele Columbus-racefiets. 'Ik heb hem al tien jaar. Echt lang op stal is hij niet geweest, ondanks mijn ziekte. 's Winters ga ik normaal toch niet ver fietsen, behalve wat mountainbiken in het Meerdaalwoud, en na mijn operatie deze winter moest ik me tot begin maart rustig houden. Toen mocht ik weer aan de slag van de dokter. Vanaf de lente kon ik dus weer rustig opbouwen.'
Een geslaagd herstel, zo blijkt al snel. Via Sint-Joris-Weert kronkelt de weg door het lieflijke Brabantse landschap richting Sint-Agatha-Rode. De IJse murmelt, in de verte klapwiekt een reiger. Marianne houdt een kordaat tempo aan. 'Nu mag je kiezen', glimlacht ze als we bij een driesprong komen. 'Links rijden we door richting Terlanen en Ottenburg, om dan de taalgrens over te steken naar Waals-Brabant. Maar we kunnen ook een ommetje maken via Huldenberg: daar heb je een paar mooie uitzichtpunten. En een helling van zeventien procent.' Of we dat wel zien zitten, vraagt ze, ons kritisch monsterend. Lichtjes opgelaten laten we het ons geen twee keer zeggen.
De Smeisberg, heet het onding, en dat van die zeventien procent is geen komma gelogen. Boven hebben we een fraai uitzicht op de beboste heuvelruggen. Tijd voor een fotosessie. 'Mijn man is ook nogal sportief, die voetbalde vroeger in derde provinciale. Ik heb hem het fietsen een beetje aangepraat. Toch houden we elke zomer fietsvakantie in Frankrijk of Spanje, dan gaan we cols beklimmen. Deze zomer de Tourmalet in de Pyreneeën.'
Ik vraag of dat niet wat hoog gegrepen is, als je volop aan het recupereren bent? Ze trekt haar wenkbrauwen op: nee, waarom zou het? 'Ooit reden we de Pico Veleta op, in de Sierra Nevada. Bij de afdaling was er zoveel wind dat ik moest afstappen. Nogal een zicht hoor, iemand die te voet een berg afdaalt.'
Midwest
Nog even een gsm-stop: 'Herman aan de lijn, ik kan de president van Europa toch niet laten wachten?' En via Terlanen en Ottenburg zoeven we stilaan autoluw gebied in. Marianne geeft me een koekje. Het lijkt hier wel Lotharingen of elders in Frankrijk: beboste heuvels, veldbloemen, weiden met weldoorvoede koebeesten in het dal. Dan steken we de 'grens' over bij Florival.
Waarom ze zo graag in Waals-Brabant wilde fietsen? 'Onze taalgrens fascineert me. Geert Mak schrijft er ook over in zijn boek In Europa. Hij zakte er speciaal voor af naar Sint-Joris-Weert, om zich hier te komen verbazen over de haarscherpe scheiding tussen Nederlands- en Franstalig België: je ziet het aan de huizen, de straten, ja zelfs aan de grond, dat je een grens overgaat.'
Ze wijst op een paar villa's. 'Hier kwamen veel Vlamingen wonen, vertelt ze, wegens de lage grond- en huizenprijzen, en de ruimte. 'Mijn dokter woont in Grez-Doiceau, net als de bakker van ons dorp. Maar nu is dit de rijkste streek van heel Wallonië en gaan de huizenprijzen door het dak.'
We passeren enkele gloednieuwe wegen en rotondes. Het gaat hard hier. Pas als we Grez-Doiceau achter ons laten, richting Longueville, plooit het landschap helemaal open. Hier rijden we door de Belgische Midwest: eindeloze graanvelden zo ver het oog reikt. 'Machtig, hè. Mijn favoriete fietsterrein.'
Of ze ook iets heeft met de Waalse bewoners, met de mentaliteit hier? Weifelend: 'Ik kom hier gewoon om te fietsen. Toen ik nog schepen was in Oud-Heverlee, probeerden we wel banden aan te knopen met Nethen, onze Franstalige tegenhanger. Maar je merkt dat de kloof toch groot is.'
De dorpjes wisselen elkaar af, maar van de nieuwe Waalse welvaart valt in Incourt nog weinig te merken. Imposante vierkantshoeves met bladderende gevels staan te koop, het asfalt zit vol kuilen. Als er ook nog eens een fikse regenbui losbarst, kijk ik bedenkelijk om me heen. Marianne toont me haar breedste glimlach. 'Als je wilt, kunnen we wel koffie drinken in Jodoigne.'
De nattigheid deert haar niet, ze trapt stug door. Het stadje komt al snel in zicht: compact en druk, met enkele mooie gebouwen. 'Louis Michel-town', grinnikt ze. Even later vertelt ze me, genietend van een hete koffie op een terrasje, dat op deze route haar fiets eens kuren kreeg. Enkele langsfietsende heren schoten toe. 'Ik bedankte vriendelijk. Hulp krijgen van mánnen? Ik dopte mijn eigen boontjes wel.' Ze vertelt er glimlachend bij dat ze het probleem dan toch niet opgelost kreeg en onverrichter zake haar, jawel, man moest bellen. 'Het zou me leren.'
Hoegaarden
Even de drukke Chaussée de Tirlemont op, en algauw duiken we een heerlijk, verkeersvrij betonpad op. Dit is een stukje Ravel-route tussen het Naamse Mariembourg en Hoegaarden, honderd kilometer ongestoord fietsplezier over een voormalige spoorwegbedding.
Langs piepkleine dorpjes als Sint-Remigius-Geest en Zittert-Lummen bereiken we Hoegaarden. Het weer klaart onmiddellijk op. Vlaanderen op zijn vriendelijkst, want het stadje heeft ontegensprekelijk iets zuiders. Is het de geelwitte gobertangesteen waaruit de monumentale achttiende-eeuwse Sint-Gorgoniuskerk en de herenhoeves zijn opgetrokken? De fraaie tuinen van het Kapittelhuis? Die Cuype, de dorpskom van deze Brabantse bierhoofdstad, barst van het karakter. Hoegaarden was dan ook op een haar na Latijns, voor de Franse Revolutie was dit een stukje van het prinsbisdom Luik. Zo zie je maar weer.
Een pastis op een zonovergoten terrasje zou smaken, bedenk ik, maar dan dokkeren we al over de kasseien van de steile Kouterhof het centrum uit. Het lijken de Vlaamse Ardennen wel. Achter ons ontvouwt zich een prachtig panorama op Hoegaarden in een kom van gouden graanvelden.
Het landschap richting Meldert blijft schitterend, de sfeer is opperbest. Marianne reikt ons nog een koekje aan, we zie er waarschijnlijk hongerig uit na al die tijd in het zadel. Dit was een memorabele tocht. In grand écart tussen twee landsdelen, balancerend tussen plezier en noodzaak. Marianne hoeft haar tweede adem nog lang niet aan te spreken. We passeren Neervelp en Meerdaal, Leuven dient zich aan met alweer drukker verkeer. Het Meerdaalwoud biedt soelaas. De kilometerslange, kaarsrechte Weertsedreef is het statige sluitstuk van onze tocht: een erehaag van beuken voor een zomergast met, onmiskenbaar, flandrientrekjes.
Uit: De Standaard, 30 juli 2011. Auteur: Wieland De Hoon.