Ze staat er weer, Europees Parlementslid en CD&V-boegbeeld Marianne Thyssen (54). Ze was een paar maanden uit roulatie nadat er in november borstkanker werd vastgesteld. Een operatie, 33 bestralingen en een korte vakantietrip later heeft ze zich weer vol nieuwe energie op haar werk gestort. "Ik heb veel geluk gehad, ik dronk er al een paar keer champagne op. Maar ik heb mijn les in nederigheid wel geleerd. Ik luister nu naar mijn lichaam en zal er, als dat mogelijk is, alles aan doen om niet te hervallen. Ik ga zelfs joggen, een sport waar ik vroeger een hekel aan had."
"Ik zou een kerngezonde honderdjarige worden, ik wist het zeker. Wat een zelfoverschatting!" Marianne Thyssen lacht. "Ik had beter moeten weten, waarom zou ik geen kanker krijgen en al die anderen wel? Wat een mens zichzelf, tegen beter weten in, toch kan wijsmaken."
Vorig jaar november ging ze naar de gynaecoloog voor haar jaarlijkse check-up. Na de mammografie zat ze met een gerust geweten op de stoel bij de radioloog die ongetwijfeld weer zou zeggen dat alles in orde was. Maar dat deed hij niet. Er zat een gezwelletje in haar borst, en er volgde een biopsie. "Het is kwaadaardig" kreeg Marianne te horen. "Het is een hormonale borstkanker."
"De film die dan door mijn hoofd ging... Ik zag ineens in dat mijn leven rap gedaan kon zijn. Mijn tweede gedachte was, hoe eigenaardig ook: 'Ik word oud!' (lacht) Het ergst vond ik nog dat het aan mijn hormonen lag. 'Dan moet ik hormonenpillen slikken', stamelde ik nog en mijn oncoloog wees me terecht. 'Wees blij met die uitslag, want een dergelijke hormonale kanker is het best te genezen', zei hij en ik was gelijk al een beetje getroost."
Veel vertrouwen
"Veel tijd om me zorgen te maken, kreeg ik trouwens niet. Twee dagen later lag ik in het ziekenhuis en op 1 december werd ik geopereerd. Een borstsparende operatie, al bij al ook een meevaller. Chemo was niet nodig, de tumor was niet uitgezaaid, maar ik kreeg wel 33 bestralingen voorgeschreven. En ik moet vijf jaar lang die hormonenpillen slikken waar ik eerst zo tegenop keek. "
"Eerst dacht ik: ik ga zo vlug mogelijk terug werken. Maar ik ken mezelf, dan zou ik weer van hot naar her lopen, veel te veel hooi op mijn vork nemen, me ergeren omdat ik niet naar Straatsburg zou kunnen en uiteindelijk mijn eigen strijdplan ondermijnen. Ik heb dus besloten rustig thuis te blijven en daar mijn batterijen terug op te laden. Ik heb de tijd gebruikt om wat bij te lezen en had alle vertrouwen in de dokters in Gasthuisberg. Heel vreemd was het allemaal niet, mijn schoonzuster heeft tien jaar geleden ook borstkanker gehad met alle gevolgen vandien, chemo inbegrepen. Ik heb veel gehad aan haar raad, en aan de vrouwen die me aanspraken en brieven stuurden met hun verhalen. Want hoe raar het ook mag klinken: het feit dat ik niet alleen stond, was een enorme steun. Ook mijn man, mijn familie en collega's waren een grote hulp, ik mag zeker niet klagen."
"Om er terug te kunnen invliegen, ben ik met mijn echtgenoot twee weken naar de zon geweest. Ik heb mijn oncoloog gevraagd: 'Wat kan ik doen om mijn herstel te bevorderen en te voorkomen dat ik herval?' 'Bewegen' antwoordde hij. Ik zwem nu geregeld, ik ben al één keer gaan fietsen en ik loop weer, zij het voorzichtig. Ik jog zelfs, tot mijn eigen verbazing. Ik doe dat allemaal in mijn eigen tempo, ik laat me niet opjagen. Ik ben goed in het volhouden, maar hoef zo nodig niet als eerste aan de meet te komen. Iedereen mag me voorbijrijden, dat deert me niet. Maar als ik de berg op wil, dan zal ik er geraken."
"Ik zie soms ook de positieve kanten van wat ik meegemaakt heb. Misschien is het goed dat ik eens dooreengeschud werd zodat ik mijn leven eens van een afstand kon overlopen en niet alles als vanzelfsprekend meer beschouw. Wil je geloven dat ik er zelfs stilaan weer vanuit ga dat ik misschien toch honderd jaar word?"
Uit: Het Laatste Nieuws. Interviewer: Frieda Joris.